maandag 11 december 2017

Certificering



Ik kwam laatst het filmpje nog tegen. Van lang geleden, begin 2010 staat erbij. Het is een langzaam filmpje, dat ook. En we waren er nog met elf.
Elf!

Het is nu zeven jaar en wat bezuinigingsrondes later. In plaats van met elf zijn we in de Bibliotheek Langedijk nu al een tijdje met z'n zessen. En met zo'n 85 vrijwilligers. De oppervlakte van de bibliotheek is gehalveerd en ik zit nog even in een anti-kraakkantoor.

In 2010 waren we met z'n elven fors zenuwachtig voor het hele certificeringsgebeuren. Bergen papier met procedures, zo herinner ik het me. En enorme opluchting toen het bordje kwam.
De ronde daarna ging volgens mij wel. Het bordje mocht blijven hangen.

Maar dit jaar. Met 3,67 fte, die 85 vrijwilligers en al de dingen die we doen, vooral doen. Hoe gaat dat beoordeeld worden? Met al die normen die er zijn. Ik heb er misschien niet letterlijk van wakker gelegen, maar figuurlijk bijna wel.

Niet dat ik denk dat we het hier niet goed doen hoor. Welnee. Zolang meneer de Jong nog elke dag op zijn fiets mer een extra wiel, ook met tegenwind naar de bibliotheek komt om hier de krant te lezen, zolang Nabil uit Aleppo blij vertelt over hoe de vrijwilligers van hier hem hebben geholpen met het vinden van een stageplaats. Ach, zelf kent u ook zulke voorbeelden

Je kunt een hoop van certificering vinden. Dat doe ik tenminste wel. Maar als je al die overdenkingen weghakt blijft over dat het toch wel een puntje is, een soort van stempeltje van goedkeuring. En wie wil er nu geen stempeltje in zijn schrift?

(spaningsopbouwend tromgeroffel)

Het certificeringsbordje mag weer vier jaar blijven hangen.
Ja, daar worden we hier vrij blij en vrolijk van. Ingehouden natuurlijk, het is hier wel Noord-Holland.

De Bibliotheek Langedijk is een pieperdepiep kleine bibliotheek. Dat weet ik. Maar er gebeurt hier een barre hoop. En dat doen we natuurlijk niet voor het certificeringsstempeltje. Maar het is mooi dat er ondanks al het gedoe dat er hier was nog steeds een bibliotheek staat, waar dingen gebeuren die van waarde zijn voor de inwoners. En dat we dat schijnbaar doen op een goede manier, met een stempeltje van bekijkers van buiten.

Het filmpje uit 2010 sloot af met een dank aan.
Dat rijtje is korter geworden.
Met dank aan: Karen, Tereza, Karin, Conny en Marianne. En met heel veel dank aan 85 vrijwilligers. Want zonder hen zou deze bibliotheek er niet meer zijn. En al helemaal niet met een stempeltje.

Er komt geen nieuw filmpje.
Maar deze geeft de sfeer na het openen van de certificeringsenvelop ook goed weer.

maandag 4 december 2017

Silvio kan niet zingen



Hoewel ik deze mannen nooit eerder zag herkende ik ze wel. Van jaren terug, toen de Leukste Vrouw ter Wereld en ik eens naar Eric Clapton gingen kijken. Grote, bonkig buikende mannen, met houthakkershemden. Al mochten ze die misschien van hun vrouwen niet meer in het echt aantrekken.
'Die gaan duwen', sprak ik licht somber wordend.

Steve van Zandt is een bezig mens. Hij speelt in de band van Bruce Springsteen, zingt met enorme tussenpozen soms als Little Steven zijn eigen liedjes, speelt in Lillyhammer en ooit was hij Silvio Dante in The Sopranos

In de chaotische klomp mensen die stonden te wachten voor de grote zaal van TivoliVredenburg werden veel herinneringen opgehaald aan Bruce Springsteen concerten en eerdere optredens van Little Steven & The Discipels of Soul. Ik hoorde iemand 'Ja, maar vijfentwintig jaar geleden ...' zeggen. Niemand had het over Silvio. Terwijl wij kwamen om eens respectvol te kunnen zwaaien naar Silvio. Silvio met zijn gebeitelde haar, z'n succesvolle imitaties uit gangsterfilms, zijn bijna terloopse gebrom als iemand twijfelde, de blik vol ingehouden luie agressie, zijn loyaliteit tot bijna het einde toe.

En toen de deuren opengingen gingen de bonkige mannen duwen. Duwen als pubers die een dag op Ariana Grande of een ander kindsterretje hebben staan wachten. Eenmaal binnen verdwenen ze echter meteen naar de stoeltjes op de tribune en wandelen de Leukste Vrouw ter Wereld en ik rustigjes naar de rand van het podium. 

Waar we lang stonden. 
En toen nog een tijdje omdat er iemand flauwviel.
Met je houthakkershemd.

De grote zaal in TivoliVredenburg is geen pretje. In het midden kun je staan maar rondom zijn er stoelen achter een soort borstwering die vrij hoog omhoog lopen. Achter de borstwering zie je alleen hoofden. Het ziet er wat betreft sfeer een beetje uit als de Anatomische les van Rembrandt.

De band was fijn, dat moetgezegd. Een rijtje blazers die doeltreffend soul en blues lijntjes speelden. Een drietal jolige achtergrondzangeressen. Een luid plonkende bassist. De drummer drumde en een aandoenlijk glimlachende oudere meneer met wonderlijk grijs engelenhaar speelde orgel. Het klonk fijn, vakkundig goed. Alleen ....

Kijk, ik weet ook eigenlijk niet meer waarom wij dachten dat het nu precies zo'n goed idee was om helemaal door de plensbuien naar Utrecht te rijden, als we niet stilstonden in de file tenminste, om naar iemand te gaan luisteren die het soort muziek maakt waar we hier thuis echt never nooit niet echt niet, nee ben je gek zeg naar luisteren. We kenden daardoor geen enkel lied. En ook al leken redelijk wat liedjes op elkaar, we kwamen er niet in. Het bleef bij plaatjes kijken, En het plaatje zag er best leuk uit. Maar er was één nadeel.

Silvio kan niet zingen. 
Niet echt tenminste. Hij wil wel, en je hoort ook wel dat z'n hart op de goede plek zit. Maar, nou ja, hij heeft gewoon een beetje dun geluid. En ik weet ook wel dat het een held is enzo. Maar niet echt kunnen zingen, en dan ook nog liedjes die op elkaar gaan lijken, in een genre .... Nou ja, het zag er allemaal reuze rock & roll uit maar het deed ons echt totaal niks. 

Op driekwart van het optreden deden we wat we eigenlijk maar hoogst zelden doen. We keken elkaar aan, knikten, zwaaiden nog één keer naar Silvio, lieten hem daarna Little Steven zijn en gingen de zaal uit.

Vlak voor de parkeergarage stond een vrouw de daklozenkrant te verkopen. Voor haar zat een een grote witte, vervaarlijke hond. Aan zijn ogen zag je echter meteen dat dat ook maar een ingestudeerde act was. We spraken met de mevrouw, de hond bleek kunstjes te kunnen en hij liet zich blijmoedig en uitzinnig aanhalen.

In de auto terug, nog steeds in de regen spraken we nog lange tijd over de hond.










woensdag 29 november 2017

Welkboek stopt

Ik was me net een weg aan het banen door 'Stad in brand' van Garth Risk Hallberg. En ik schoot al lekker op. Zo af en toe verdwaalde ik nog wat in de cast of thousands die het boek bevolken maar ik had vat op het spinnenweb van plotlijnen. Dickens, ja Charles daar deed dit boek me aan denken, en aan Jay McInnerney, ouderwets en heel modern tegelijk. Daar moest ik iets van zeggen, straks, als ik het uit had en ik de gegevens voor Welkboek in zou gaan vullen.

En net toen ik een fijne eerste zin voor mijn impressie van het boek gevonden had hoorde ik van het stoppen van Welkboek.

Er was al een vooraankondiging van dit stoppen geweest. De Landelijke Inkoopcommissie moest het nog gaan beslissen maar er waren redenen. En zodra er redenen zijn, dan is het eind vaak nabij. Welkboek kostte teveel geld, afgemeten aan de hoeveelheid bezoekers/gebruikers (maar dat is weer een andere discussie) van de dienst. En misschien zou Welkboek wel succesvoller kunnen zijn als het een aparte website was, maar de KB wil juist af van aparte websites dus, ja, gut, tsjee, redenen dus.

En ik ben bevooroordeeld, dat weet ik ook wel. Een paar maal per jaar brengt de postbezorger een boek langs dat ik mag lezen voor Welkboek. Soms, in het geval van 'Stad in brand' dat iets van twee kilo weegt en meer dan 1000 bladzijdes dik is zorgt dat voor enig gezucht maar vrijwel altijd lees ik zo'n onbekend maakt onbemind boek met plezier uit. Daarna tik ik gegevens en ervaringen in en hoop dat er daarna een paar mensen 'mijn' boek, waar ze eerder nog nooit van hoorden gaan lezen. Omdat dat iets moois is van een bibliotheek, dat je dingen tegenkomt waar je nooit eerder van hoorde en die toch iets met je hoofd doen, met wat je vindt of denkt.

Dus ik ben bevooroordeeld.

En de redenen zullen ook allemaal best kloppen. Dat heb je vaak met redenen. Al zijn ze soms moeilijk te checken. Hoeveel Welkboek kost, en hoe die kosten zich verhouden tot andere dingen en daarna weer het gebruik van die dingen, ik heb geen idee. En iets met kosten achterhalen bij de KB is, mij in ieder geval tot nu toe nooit gelukt. En als het beleid is om geen aparte websites te willen, dan is dat beleid, zelf ben ik ook gek op beleid.

Maar, jammer vind ik het wel, Welkboek was een mooie dienst. Vond, vind ik dan. Echte mensen lezen boeken (vrijwillig, maar over vrijwilligers lopen de meningen ook al fors uiteen dus daar zeg ik maar niets over), voeren hun leesgegevens en ervaringen in, andere mensen ... nou ja, dat zei ik al. Mooi is het ontbreken van enig algoritme, echte mensen doen iets en er komt verder geen abstracte formule aan te pas. Al is dat misschien een weinig innovatieve, enigszins ouderwetse mening

Welkboek stopt, klaar. Zonde

Liedje. 'No religion' van de brombeer uit Belfast. Niet omdat het iets met Welkboek te maken heeft. Maar als je een beetje je best doet kun je tijdens het meezingen 'religion' redelijk op de maat vervangen door 'algorithm'*.

*Verdere filosofische overpeinzingen over de mogelijke overeenkomsten tussen 'religion' en 'algorithm' zijn geheel de verantwoordelijkheid van de lezer zelf.

woensdag 22 november 2017

Het telefoonwachtmuziekje van Probiblio

Eerst is er een piano. Blikkerig galmend. De man die piano speelt, het woord pianist gebruiken zou overdreven zijn, moet een dunne coltrui aan hebben en een jasje met van die opgenaaide beschermstukken op de ellebogen. Waarschijnlijk heeft hij een snor. Geen baard, hij is van ver voor de hipstertijd.
Na wat maten komen er violen. Geen echte maar van die dunne synthetische. De man in de coltrui hoeft er slechts afwezig voor op een knopje op de Casio "My first synthesizer" te drukken.

Er zijn belangrijkere dingen. Dat is de pest, er zijn altijd belangrijkere dingen. Maar er moet ook iemand oog hebben voor de pietlutdingen. Dat doe ik dan wel.

Probiblio heeft sinds een paar dagen een nieuwe telefooncentrale. Dat zorgde voor kortstondig  onbereikbaarheidsleed. Maar dat is nu weer voorbij. Dat wel.
Nieuw is namelijk ook dat, wanneer je wordt doorverbonden je plots een telefoonwachtmuziekje in je oren geperst krijgt. Van de man in de dunne coltrui.

Toen ik het telefoonwachtmuziekje voor het eerst hoorde werd ik onmiddellijk teruggevoerd naar een lift in een enorme hotelkolos in Moskou, toen Rusland nog deed alsof het communistisch was. In die lift hoorde je ook van die onbestemde niksklanken. Terwijl je de koolsoep van het diner al kon ruiken.

Over smaak schijn je niet te kunnen twisten. Als dat al zo is dan denk ik dat je dat over wansmaak wel kunt. En het huidige telefoonwachtmuziekje van Probiblio is wansmaak. Pure, en tegelijkertijd onverdunde goedkope wansmaak.

Muziek zegt iets, net als een goedgeschreven zin. Muziek brengt een gevoel over. Wat mij ontgaat is waarom Probiblio op dit moment een bellende klant het gevoel wil geven dat hij/zij op een donkere, regenachtige avond in een uiterst matig en daardoor verder ook uitgestorven Chinees/Indisch restaurant in Slootdorp of Wieringenwerf terecht is gekomen. Want zo'n gevoel van beklemmende, eeuwig aanhoudende uitzichtloosheid overvalt me nu als ik in de wacht sta.
En dat kan toch geen van de marketerende mensen die in Hoofddorp werken een klantenbindende associatie vinden?

Moeiteloos zijn er leukere muziekjes te vinden dan de huidige, van de coltruimeneer. In twee tellen verzin je "Hanging on the telephone" van Blondie, "How come u don't call me anymore?" van Prince of "One phonecall" van Miles Davis. En als je heel creatief wilt zijn maak je een loopje van Ian Curtis die in "Dead souls" 'They keep calling me, keep on calling me' zingt.

Maar dan ga je dus toch over smaak twisten ben ik bang. En dat gaat, zeker in de bibliotheekbranche dan weer eeuwigdurend duren.

Dus is er maar één oplossing. Zet het telefoonwachtmuziekje uit. Alsjeblieft. Verlos mij, en de rest van de bellers van de naargeestige gedachtekronkels die er nu al wachtend dwingend opduiken. En als er om programmeertechnische redenen toch iets moet klinken, doe dan het enige wachtmuziekje dat geen pijn doet. Ik plak het vast hieronder.

vrijdag 9 juni 2017

Iedereen heeft een Glenn nodig


Mishka is rond, wit en lijkt nog het meest op een kleine ijsbeer met de geestelijke gesteldheid van een blije, stuiterende kleuter. Toch noemen we Mishka een hond. Hij komt binnen als hij achter een kat aan zit en aan de deur krabbelt. Onvermoeibaar vrolijk strooit hij zijn hondenaanhankelijkheid in het rond. Tot hij besluit dat hij dat ook nog ergens anders moet doen. Nooit eerder zag ik een ijsbeer galopperen, met na-ijlende stofwolkjes en al.

De vrouw krabbelt het podium op. Ze is oud en zo krom dat ze, zelfs als ze op de wankelende houten stoel zit een wandelstok gebruikt om nog een heel klein beetje rechtop te zitten. In de zaal, met allemaal wankelende stoelen zitten her en der plukjes mensen, veertig, vijftig misschien. Het statige balkon is leeg.
In bijna elk dorp staat zo'n chitaliste, een bibliotheek, een theater en wat gemeenschappelijke ruimtes. Ooit moeten het bloeiende gebouwen zijn geweest. Nu leunen ze vaak tegen het verval aan.
De kromme vrouw begint plots te zingen. Zonder begeleiding. Ik versta niets van wat ze zingt. Net zo goed als ik geen woord versta van wat er de hele avond gezegd en gezongen wordt. Maar je hoeft niets te verstaan om kippenvel te krijgen.

Het slot van de poort draait de verkeerde kant op. Al op dag twee weet ik het driftig te vernielen. Gelukkig is er Glenn. Glenn is Engels, groot, breed en hij heeft bijna net zoveel tatoeages als ik opnames van Dylan. En hij is handig. Iedereen heeft een Glenn nodig.

We zien een man een tak van een boom die langs de weg staat naar beneden buigen om zo bladeren aan zijn vrij enorme geit te voeren. Iets verder zien we een oude man op een nog veel oudere fiets. Het stuur houdt hij vast met één hand. In de andere hand houdt hij een kort plastic koordje, een stukje waslijn lijkt het. Aan de waslijn zit een alweer enorme geit. Soms fietst de man voor, soms loopt de geit harder. Ze knikken nog net niet naar me.

Als het regent rijden we in een uur of twee naar één van de twee vestigingen van Ikea die er in Bulgarije zijn. Het is er heerlijk rustig. We komen er al vlug achter dat je er alleen spullen kunt bestellen. Je moet het dan later op komen halen. We ontdekken dat je ook via het internet kunt bestellen. Dan zet je vinkjes bij wat je wilt hebben, draai je die lijst uit en levert hem in in de winkel. Om het dan allemaal later weer op te halen.
Als de leukste vrouw ter wereld wat noodzakelijke borden uit een kast tilt en probeert af te rekenen wordt ze met een snibbig "Njet, njet!" terechtgewezen. Als we terugrijden nemen we een verkeerde afslag. Bulgarije is best een groot land.

Hoogmoedig lopen we een bos in waar we de, tot nu toe enige gemarkeerde wandeling hebben gevonden. Na een uur of drie formuleren we een nieuwe wet. De wet luidt, "Hoe verder van het beginpunt verwijderd hoe spaarzamer de markeringen". Daarna verdwijnen de markeringen helemaal. We dwalen wat langs boomstammen die plots allemaal op elkaar lijken en we denken aan de jakhalzen die we 's avonds horen, en aan de wolven die er zouden zijn. Het gps signaal leidt ons naar een modderpad en we verlaten het bos via een villa die best van Tony Soprano had kunnen zijn. Drie forse honden blaffen naar ons, ook als we allang uit hun zicht zijn. We besluiten voortaan gemarkeerde wandelingen te mijden.

Wanneer we het dorp uitrijden, op weg naar het vliegveld zien we Mishka langs de kant van de weg zitten. We stoppen en stappen uit. Hij holt op ons af, verspreidt zijn ongegeneerde hondenliefde om daarna weer op een draf verder te gaan.
En het is natuurlijk niet zo, en het ook niet echt gekund. Maar ik had het niet raar gevonden als er ergens muziek had geklonken.

"These are the days of miracle and wonder."

>